Recensie: bevrijd jezelf van eetbuien en boulimia

Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia is geschreven door Charlie Paludanus. Charlie is ervaringsdeskundige: zij had zelf jarenlang boulimia en weet dus waar ze over schrijft. Inmiddels is zij hersteld van haar eetstoornis en begeleidt ze in haar praktijk cliënten met een eetstoornis. In haar boek Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia beschrijft ze hoe je jezelf stap voor stap van eetbuien kunt bevrijden.

Ik volg Charlie haar blog al best lang. Haar aanpak en manier van schrijven spreken mij aan en ik was daarom erg benieuwd naar haar boek. Charlie draait niet om de zaken heen, en dat zie je ook in haar boek terug. In de eerste hoofdstukken beschrijft ze uitgebreid hoe een eetstoornis eruit kan zien en wat de gevolgen zijn van eetbuien. Zowel voor je fysieke gezondheid als op psychosociaal vlak. Ze noemt de feiten en cijfers, maar weet daarbij ook te nuanceren. Daarnaast vertelt ze open over haar eigen eetstoornis en herstel. Ook in de rest van het boek neemt ze haar eigen ervaring regelmatig als voorbeeld, wat het voor mij de geloofwaardigheid vergroot: ze weet waar ze over schrijft. Toch blijft de toon nuchter, praktisch en licht.

LEVEN-methode
De LEVEN-methode die Charlie heeft ontwikkeld vormt door het boek heen de rode draad. Waarbij LEVEN staat voor Lessen, Energie, Vrij kiezen, Experimenteer en Nu. Ieder thema gaat gepaard met uitleg en, minstens zo belangrijk, opdrachten.

Lessen
Om te beginnen kijk je naar hoe het nu echt met je is. Wat is de functie van je eetstoornis en wat zijn de positieve en negatieve kanten van je gedrag? Op deze manier ontdek je wat je graag wilt houden en waar je vanaf wilt. Een fijne methode die uiteindelijk leidt naar het maken van een keuze: wil je wil of niet van je eetstoornis af?

Energie
Dit hoofdstuk gaat over de dingen waar jij je energie op wilt richten. Want het is niet alleen belangrijk om te weten wat je niet wilt, je moet ook weten wat je wel wilt. Juist dan kun je de motivatie voor herstel vasthouden. Een oefening die je daarvoor kunt gebruiken, is het model van de logische niveaus. Het is ontwikkeld door gedragstherapeuten Gregory Bateson en Robert Dilts. Hierbij breng je verschillende aspecten in kaart die je kunt veranderen om uiteindelijk je doel te bereiken. Dit kan aan de hand van de volgende vragen:

  • Waar ben ik (omgeving)?
  • Wat doe ik (gedrag)?
  • Wat kan ik (vaardigheden)?
  • Wat geloof ik (overtuigingen)?
  • Wie ben ik (identiteit)?
  • Waar maak ik deel van uit (grote geheel)?

Op deze manier blijft je doel niet abstract, maar kun je bijna voelen hoe het is als je jouw doel hebt bereikt. Voor mij werkt dit erg goed. Ook maakt deze oefening duidelijk wat je moet doen of nog moet leren om je doel te bereiken, welke overtuigingen je kunnen helpen of juist in de weg zitten en of het doel past bij wie je bent.

Vrij kiezen
Vrijheid is een vaardigheid om te kunnen kiezen voor vrijheid en wat je werkelijk wilt, in plaats van gevangen te zitten in eet- en denkpatronen. Kiezen voor ontwikkeling, verbinding en vooral jezelf zijn, schrijft Charlie. Wie wil dat nou niet? Tegelijkertijd weet iedereen die een eetstoornis heeft (gehad) dat het soms bijna onmogelijk lijkt om niet voor de eetstoornis te kiezen, maar voor gezond gedrag. In dit hoofdstuk leer je je bewust te worden van de keuzes die je maakt en de verschillende opties die je hebt voor ogen te houden.

Experimenteer
Van theorie naar praktijk: experimenteren betekent dat je daadwerkelijk doelen gaat stellen en de stappen die nodig zijn om je doel te bereiken in kaart brengt. Ook hierbij krijg je weer een hoop praktische tips en oefeningen.

Nu
In je herstel helpt het om meer in het NU te leven. Het verleden kun je niet meer veranderen en als je teveel in de toekomst leeft, vergeet je nu te leven. In dit deel van het boek staat een aantal oefeningen en tips die helpen om even afstand te nemen van alles waar je midden in zit en ‘uit je hoofd te komen’.

Vrij eten
Na de uitleg en oefeningen van de LEVEN-methode volgt een deel over voeding, waarbij ‘vrij eten’ de basis is. Ook hierbij is het principe dat je je eigen keuzes leert maken. Er zijn geen voorschriften, regels of eetlijsten. Ook bij het maken van keuzes op het gebied van eten geldt dat je ook kiest voor de consequenties van je eigen eetgedrag.

Omdat het met een eetstoornis vaak lastig is te bepalen wat goed voor je is, krijg je bij het opbouwen van je eetpatroon voldoende handvaten. Charlie omschrijft welke hoeveelheden ongeveer normaal zijn, wat de functies van verschillende voedingsstoffen zijn voor je lichaam, hoe je naar de signalen van je lichaam kunt leren luisteren en hoe je regelmaat in je eetpatroon kunt aanbrengen.

Eetbuien en compenseren
Omdat het hebben van een volwaardig eetpatroon niet meteen betekent dat je geen drang meer hebt naar eetbuien of braken. Ook hierop kun je de LEVEN-methode toepassen. Daarnaast geeft dit hoofdstuk een aantal tips en alternatieven.

Naast de LEVEN-methode en Vrij eten komen er nog een aantal thema’s aan bod die vaak spelen bij mensen met een eetstoornis, zoals je zelfbeeld, omgaan met emoties en jezelf zijn in contact met anderen. Ook deze thema’s gaan weer gepaard met oefeningen.

Compleet en praktisch Al met al denk ik dat ‘Bevrijd jezelf van eetbuien & boulimia’ een heel compleet, concreet en bovenal praktisch boek is. Het is best een dikke pil, maar de opmaak en indeling zijn overzichtelijk, zodat je er stapje voor stapje doorheen kunt. Ook inhoudelijk is er een duidelijke opbouw. De oefeningen kun je allemaal zelfstandig doen en  kunnen een goede en krachtige ondersteuning bieden tijdens je herstel. Ze zetten je aan het denken en brengen je in beweging. Daarbij is het fijn dat je helemaal zelf kunt bepalen waar je de focus op legt en welke doelen je jezelf wilt stellen. Daardoor neem je zelf de regie in handen in plaats van maar te doen wat iemand anders je voorschrijft.

Tot slot Wat ik wel wil benadrukken is dat het boek geen vervanging is van professionele hulp. Juist als je aan je eetpatroon gaat werken en richting wilt geven aan je leven, kun je de onderliggende functies van je eetstoornis behoorlijk tegenkomen. Ondersteuning van een therapeut of coach kan dan hard nodig zijn. Dit onderschrijft Charlie overigens ook. Achter in het boek is een hoofdstuk opgenomen met informatie over hulpverlening.

Ben je nieuwsgierig geworden? Neem dan eens een kijkje op www.vrijvaneetstoornis.nl.

Eetbuien en schaamte

Afgelopen week dronk ik thee met een vriendin. Zij was vorig jaar tijdens mijn behandeling in Portugal een van mijn groepsgenootjes. We hadden het over de twee kanten die een eetstoornis kan hebben: enerzijds het restrictieve eten en de afvalwens, anderzijds de eetbuien. We waren het er over eens dat het veel makkelijker is om te praten over weinig eten en afvallen, dan over eetbuien en alles wat daar bij komt kijken. De oorzaak? Zonder twijfel schaamte.

Als ik mensen over mijn eetstoornis vertel, trekken ze vaak een wenkbrauw op. Bij een eetstoornis wordt al snel gedacht aan anorexia en mager zijn. Dat beeld strookt niet met mijn uiterlijk en ik heb dan vaak wel wat uit te leggen. Als ik vertel dat ik momenteel vooral nog teveel eet, haast ik me er altijd bij te vertellen dat mijn eetstoornis wel begon met afvallen en weinig eten, en dat ik door de jaren heen meer zulke periodes heb gehad. Want ze moesten eens denken dat ik een vreetzak ben en niet weet dat mijn gewicht nu te hoog is. Stel je voor.

Als ik er van een afstandje naar kijk, vind ik het schrijnend. Ik veroordeel mezelf nog altijd om mijn eetbuien, terwijl ik weet hoeveel wanhoop en eenzaamheid er achter schuilgaat. Steeds meer word ik me bewust van de leegte die ik al die jaren heb gevoeld en hoe de eetbuien dat gat hebben opgevuld en dat ook nu nog regelmatig doen. Maar ik praat er liever niet over. Niet over wat ik dan eet, maar ook niet over hoe ik me voel. Want ook daar schaam ik me voor.

De cijfers
In Nederland lijden ongeveer 56.00 mensen aan Anorexia Nervosa, 22.000 mensen aan Boulimia Nervosa en 160.000 mensen aan een eetbuienstoornis. Waarmee de eetbuienstoornis verreweg de meest voorkomende eetstoornis is. Toch is er in de media weinig aandacht voor. Veel tv-programma’s, films en artikelen in kranten en tijdschriften gaan over Anorexia Nervosa. Ik weet niet wat de reden daarvoor is. Misschien durven minder mensen met een eetbuienstoornis hun verhaal te vertellen. Of misschien is deze psychische aandoening niet bekend genoeg.

De grens tussen een probleem met eten en een eetstoornis is soms moeilijk te leggen. Ik denk dat het ook niet belangrijk is. Op het moment dat je teveel eet en daar niet mee kunt stoppen, mag je daar best hulp bij vragen. Bij je huisarts, een diëtiste, coach of psycholoog, het maakt niet uit. Overeten is, net als te weinig eten, ongezond. Misschien is je probleem makkelijk op te lossen, of misschien komt er meer bij kijken dan je vooraf had gedacht. Hoe het ook zij, schaam je niet, maar wees trots dat je om hulp durft te vragen.

Herstel
Een eetstoornis gaat vaak van kwaad tot erger, en dat wens ik niemand toe. Het is vaak een lange weg naar herstel. Een weg die heel eenzaam kan voelen, omdat weinig mensen je echt begrijpen. Bij deze neem ik me voor om ook vaker om hulp te vragen. Professionele hulp heb ik natuurlijk al, maar uit schaamte vraag ik vaak geen steun van mijn directe omgeving. Terwijl juist de mensen om mij heen zo belangrijk zijn om de leegte en wanhoop te verdrijven en plaats te maken voor verbinding en herstel.

Afgelopen week dronk ik thee met een vriendin. Zij was vorig jaar tijdens mijn behandeling in Portugal een van mijn groepsgenootjes. We hadden het over de twee kanten die een eetstoornis kan hebben: enerzijds het restrictieve eten en de afvalwens, anderzijds de eetbuien. We waren het er over eens dat het veel makkelijker is om te praten over weinig eten en afvallen, dan over eetbuien en alles wat daar bij komt kijken. De oorzaak? Zonder twijfel schaamte.

Als ik mensen over mijn eetstoornis vertel, trekken ze vaak een wenkbrauw op. Bij een eetstoornis wordt al snel gedacht aan anorexia en mager zijn. Dat beeld strookt niet met mijn uiterlijk en ik heb dan vaak wel wat uit te leggen. Als ik vertel dat ik momenteel vooral nog teveel eet, haast ik me er altijd bij te vertellen dat mijn eetstoornis wel begon met afvallen en weinig eten, en dat ik door de jaren heen meer zulke periodes heb gehad. Want ze moesten eens denken dat ik een vreetzak ben en niet weet dat mijn gewicht nu te hoog is. Stel je voor.

Als ik er van een afstandje naar kijk, vind ik het schrijnend. Ik veroordeel mezelf nog altijd om mijn eetbuien, terwijl ik weet hoeveel wanhoop en eenzaamheid er achter schuilgaat. Steeds meer word ik me bewust van de leegte die ik al die jaren heb gevoeld en hoe de eetbuien dat gat hebben opgevuld en dat ook nu nog regelmatig doen. Maar ik praat er liever niet over. Niet over wat ik dan eet, maar ook niet over hoe ik me voel. Want ook daar schaam ik me voor.

De cijfers
In Nederland lijden ongeveer 56.00 mensen aan Anorexia Nervosa, 22.000 mensen aan Boulimia Nervosa en 160.000 mensen aan een eetbuienstoornis. Waarmee de eetbuienstoornis verreweg de meest voorkomende eetstoornis is. Toch is er in de media weinig aandacht voor. Veel tv-programma’s, films en artikelen in kranten en tijdschriften gaan over Anorexia Nervosa. Ik weet niet wat de reden daarvoor is. Misschien durven minder mensen met een eetbuienstoornis hun verhaal te vertellen. Of misschien is deze psychische aandoening niet bekend genoeg.

De grens tussen een probleem met eten en een eetstoornis is soms moeilijk te leggen. Ik denk dat het ook niet belangrijk is. Op het moment dat je teveel eet en daar niet mee kunt stoppen, mag je daar best hulp bij vragen. Bij je huisarts, een diëtiste, coach of psycholoog, het maakt niet uit. Overeten is, net als te weinig eten, ongezond. Misschien is je probleem makkelijk op te lossen, of misschien komt er meer bij kijken dan je vooraf had gedacht. Hoe het ook zij, schaam je niet, maar wees trots dat je om hulp durft te vragen.

Herstel
Een eetstoornis gaat vaak van kwaad tot erger, en dat wens ik niemand toe. Het is vaak een lange weg naar herstel. Een weg die heel eenzaam kan voelen, omdat weinig mensen je echt begrijpen. Bij deze neem ik me voor om ook vaker om hulp te vragen. Professionele hulp heb ik natuurlijk al, maar uit schaamte vraag ik vaak geen steun van mijn directe omgeving. Terwijl juist de mensen om mij heen zo belangrijk zijn om de leegte en wanhoop te verdrijven en plaats te maken voor verbinding en herstel.

Â

Â

Â

Verlangen

Diep in mijn hart
Woont een verlangen naar vrijheid

Ver weg van de dwang
Het moeten
De angst

Ver weg van het oordeel
Niet goed genoeg
Zwak

Een verlangen naar vrijheid
Mijn leven
Mijn waarheid

Vertrouwen
Overgave
Loslaten

Er woont een verlangen
Diep in mijn hart

Acceptatie

Ik ‘Waar ligt voor jou de grens?’ Een vraag van mijn therapeute afgelopen donderdag. Waar ze op doelde is de manier waarop ik met mezelf omga. Kapot maak misschien wel. Mijn lichaam en mijn ziel, ze schreeuwen beide. Om aandacht, liefde en zachtheid. Ik negeer het. Ik negeer de pijn en vermoeidheid en loop mezelf voorbij.

Ik kan niet accepteren dat dit het nu is. Dat herstellen van mijn eetstoornis en goed voor mezelf zorgen mijn volledige aandacht vragen. Al mijn gedachten gaan er vol tegenin. Ik stel me aan. Ik doe al bijna niks. Het is genoeg geweest. Ik moet doorgaan. Ik kan toch niet de hele dag niks doen? Een beetje lanterfanten, slapen, misschien een blokje om? Ik vind het belachelijk. Ik ben een jonge vrouw, dit is niet wat ik wil.

Tegelijkertijd is het alles wat ik wil. Mijn eigen ritme volgen. Rustig aan doen. Mijn lichaam en geest de tijd geven. Hulp vragen. Troost zoeken. Buiten zijn. Stilstaan. De hardheid laten varen en verzachten.

“Acceptatie is niet opgeven of onverschillig zijn. Acceptatie is de waarheid de ruimte geven.” 

Ik ben de grens allang over. De waarheid de ruimte geven en onder ogen zien. Dat is waar het mee begint.

De quote komt uit het boekje ‘Leven in acceptatie’ van Annemarie Postma.

Schaamte

Als mensen mij vragen hoe het met me gaat, durf ik bijna geen antwoord te geven. Na ruim drie jaar behandeling voor mijn eetstoornis en onderliggende problematiek, gaat het nog steeds niet goed. Daar schaam ik me voor. Je zou toch verwachten dat ik mezelf inmiddels weer op de rit zou hebben? Nee dus.

Schaamte was het thema van deze week. Ik las het boek Vrij van Marnix Pauwels, ervaringsdeskundige op het gebied van depressie, angststoornis, borderline en andere psychische aandoeningen, en in combinatie met een goed gesprek met mijn therapeut vielen er gister en vandaag ineens een stuk of honderd kwartjes.

Ideaalplaatje
Ik dacht dat ik me vooral schaamde voor mijn huidige situatie, die bepaald niet voldoet aan het ideaalplaatje. Als ik weer aan het werk was, vaker zou sporten, gezond zou eten en regelmatig met vrienden af zou spreken, dan zouden al mijn schaamtegevoelens als sneeuw voor de zon verdwijnen, zo hield ik mezelf voor. Maar laten we wel wezen, toen ik al deze dingen nog wel deed, schaamde ik me evengoed voor mezelf en had ik constant het gevoel dat ik ieder moment door de mand kon vallen. ‘Ik doe dit allemaal wel, maar ik kan het helemaal niet en er komt een moment dat iemand dat door heeft’, was mijn gedachte. Deze discrepantie tussen wat er aan de buitenkant te zien was en wat ik van binnen voelde en dacht, beschrijft Pauwels in zijn boek als volgt:

‘Er is overigens nog een andere vorm van schaamte, een geniepige, heel zware. Deze variant heeft meer te maken met je opvoeding, en kan gebaseerd zijn op gemaakte ‘fouten’ die jij alleen ziet omdat je volgens een enorm subjectieve manier hebt leren denken (…) Deze specifieke variant gaat bijvoorbeeld over je vermeende onvolkomenheden. Over wat je niet kunt, waar je slecht in bent, over je uiterlijk, je gebrek aan iets waar je graag in zou uitblinken. Ook al begrijpen buitenstaanders vaak totaal niet waar je mee zit en waarom; voor jou kan het een hele heftige waarheid zijn’.

Mijn huidige situatie is niet de oorzaak van mijn schaamte, maar slechts een gevolg van een dieperliggende schaamte. Schaamte die ik voel over mezelf. Mijn eetstoornis is daarbij een handig middel om de aspecten die ik niet fijn vind aan mijn persoonlijkheid en die in mijn ogen afwijken van de maatschappelijk norm, te onderdrukken. Mijn gevoelige, angstige, introverte kant, maar ook mijn eigenwijsheid, scherpte en intelligentie. Waardoor ik uiteindelijk niet meer weet wat ik zelf voel en vind en volledig leef naar wat ik denk dat er van mij wordt verwacht.

Zelfhaat
Naarmate ik hier langer over nadacht, kwam ik al snel terecht bij Brené Brown. Zij is professor aan de Universiteit van Houston, waar ze jarenlang onderzoek heeft gedaan naar kwetsbaarheid, moed, authenticiteit en schaamte. Haar definitie van schaamte luidt als volgt en komt overeen met wat Pauwels in zijn boek beschrijft:

‘Schaamte is het intens pijnlijke gevoel dat voortkomt uit de overtuiging dat we niet goed genoeg zijn en daarom geen liefde waard zijn en er niet bij horen’.

Gedurende de jaren dat ik werkte aan mijn herstel, heb ik altijd gedacht dat ik geen hekel had aan mezelf. Ik vond het moeilijk om met sommige karaktereigenschappen om te gaan, maar meer ook niet. Afgelopen week kwam ik tot de conclusie dat dit niet klopt. Gevoeligheid, introversie, angst, eigenwijsheid, scherpte, intelligentie: ik verberg ze omdat ik vind dat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Daarmee ben ik mijn kracht en eigenheid verloren. Ik heb ze ingeruild voor een eetstoornis en moet nu aan de bak om ze weer de ruimte te gaan geven.

Angst
Dit besef maakt me bang en het lijkt bijna een onmogelijke opgave, maar ik realiseer me dat ik geen keuze heb. Eetstoornis of herstel, moedeloosheid of moed, haat of liefde, spanning of ontspanning, overleven of leven, verstoppen of met de billen bloot, vluchten of vechten. Het lijkt zo makkelijk, maar dat is het niet. Evengoed is het tijd om niet langer de weg van de minste weerstand te kiezen, maar de weg naar herstel. Wordt vervolgd.

 

 

 

Oneindig

Ik wil je niet meer
Mijn stem wordt steeds luider
Ik wil je niet meer
Het is tijd dat je gaat

Als ik je laat blijven
Neem jij het weer over
Beland ik
Verzand ik
In mislukking en haat

Wikken en wegen
De voors en de tegens
Wat jij voor mij doet
Wat ik door jou laat

Als jij niet wilt gaan
Kom ik in beweging
Mijn blik op oneindig
Jij blijft op je plaats

Ik loop verder
Steeds verder
Kijk niet achterom

Met mijn passen vervaagt
Het verdriet om wat niet was
Met iedere stap
Groeit de angst voor wat komt

Met iedere stap
Klinkt een belofte
Toekomstmuziek
Waar ik op vertrouw
Dat oneindig alleen
Zoveel beter zal blijken
Dan voor altijd en eeuwig
Eindeloos met jou

Anders

Ik voelde mij als kind al anders dan anderen. Op school, maar ook thuis. Ik hield niet van drukte, dacht veel over dingen na, was gevoelig, vaak bang. Als er veel mensen in huis waren, lag ik het liefst met een boek op bed, of ik ging naar buiten. Als het een feestdag was, bijvoorbeeld mijn verjaardag of sinterklaas, was ik vaak ziek. Lichamelijk ziek, inclusief koorts. Als ik een enge film had gezien, kon ik vervolgens wekenlang niet slapen. Ook op sociaal vlak kon ik niet goed meekomen: ik was verlegen en vond het vreselijk om het middelpunt van de belangstelling te staan. Ik ging het liefst rustig mijn eigen gang en was snel moe als ik te veel hooi op mijn vork nam.

Oordelen
Veel van deze eigenschappen zijn in onze maatschappij niet handig. Naarmate ik ouder werd, hoorde ik vaak dat ik ongezellig was, of te serieus. Dat ik niet zo bang moest zijn, harder moest worden, te ingewikkeld was, chaotisch en bovendien langzaam. Dus ging ik mijn best doen om dat allemaal niet meer te zijn. Ik zat in de knoop en bedacht onbewust een oplossing: als ik af zou vallen, zou het allemaal over gaan. Dan zou ik net zo zijn als anderen, niet meer raar, serieus, ongezellig en ingewikkeld. Dit was het begin van mijn eetstoornis, die zich steeds meer met mijn karaktereigenschappen heeft verweven en door de jaren heen verschillende vormen heeft aangenomen. Het begin van mijn toneelstuk, waarin ik iemand speelde die ik niet was.

Nu ik me stukje bij beetje van mijn eetstoornis ontdoe, kan en wil ik niet langer doen alsof ik iemand anders ben. Ik ben nou eenmaal heel gevoelig, serieus, rustig, bedachtzaam, snel overprikkeld en daarom op zijn tijd graag alleen. Maar ik ben ook nieuwsgierig, heb behoefte aan verbinding en plezier, aan mensen met wie ik kan praten over alles waar ik over nadenk, mensen die me nemen zoals ik ben.

Hoop
De afgelopen jaren hebben hun sporen nagelaten en het kost tijd dit alles te verwerken. Ik voel me onzeker en eenzaam, doordat de oordelen die anderen vroeger over mij hadden, mijn eigen overtuigingen zijn geworden. Ik ben verdrietig, omdat ik de afgelopen jaren aan het overleven ben geweest en daardoor zoveel mooie dingen heb gemist. Ik heb in de tiende versnelling geleefd, terwijl de zesde versnelling voor mij het maximaal haalbare is. De maatschappij dendert door. Het moet altijd sneller, beter, meer en ik kan daar niet in mee.

Ik kan daar niet in mee en ik wil daar niet meer in mee. Ik wil het anders doen, op een manier die bij mij past en waar ik me goed bij voel. Ik wil weer kunnen genieten van de kleine dingen, mijn tempo vertragen. Ik wil weer ervaren waar ik goed in ben en mijn kwaliteiten gaan gebruiken, zodat ik weer vertrouwen krijg in mezelf. Ik wil mezelf laten zien, zodat ik me niet meer eenzaam hoef te voelen en herkenning en begrip vind. Ik wil mijn stem laten horen, omdat ik weet dat ik niet de enige ben die worstelt. Ik wil mijn eetstoornis achter me laten en mijn leven gaan leven. Ik weet alleen nog niet goed hoe.

Pas op de plaats

De afgelopen maanden waren lastig. Ik moest onder ogen zien dat mijn herstel stagneerde. Of beter gezegd: mijn eetstoornis werd weer sterker. Al mijn energie en tijd gingen naar mijn werk en opleiding. Mijn therapie en herstel kwamen op de tweede plaats. Ik hield mezelf een tijd lang voor dat het niet erg was. Dat het vanzelf wel rustiger zou worden. Dat ik vakantie nodig had. Dat het vast vanzelf wel weer beter zou gaan.

Maar het was wel erg en het ging niet beter. Ik zat vast in een cirkeltje, leefde op de automatische piloot. Het leek bijna een onmogelijke keuze. Ik vind mijn werk leuk, mijn opleiding gaat me goed af. Meer tijd en energie steken in mijn herstel, zou betekenen dat ik mijn werk en opleiding op een lager pitje moest zetten. Dat wilde ik niet.

Belofte
Het duurde een paar maanden, maar ik hakte uiteindelijk de knoop door. Ik had mezelf namelijk een belofte gedaan, toen ik stopte met mijn vorige baan en terug verhuisde naar Friesland. Ik zou mijn herstel prioriteit geven en me er volledig voor inzetten. Ik wilde een gezonde basis leggen voor de rest van mijn leven. Ik wilde leren waarom ik mijn eetstoornis had en zorgen dat ik hem niet meer nodig had. Ik wilde de balans terugvinden die ik al lange tijd kwijt was.

Ik weet inmiddels waarom ik een eetstoornis heb. Maar daadwerkelijk zorgen dat ik hem niet meer nodig heb, dat is moeilijk. Tijd nemen, ruimte creëren, kon ik dat mezelf toestaan? Hoe zou het dan verder gaan? Wat als ik mijn baan kwijt zou raken? Maar ik dacht opnieuw aan mijn belofte en vond dat ik hem niet kon breken. Ik wilde hem ook niet breken.

Vertrouwen
29-sept
Ik besloot me daarom aan te melden voor een intensievere behandeling. Mijn opleiding is tijdelijk stopgezet, ik werk momenteel twee dagen in de week. Het was verschrikkelijk moeilijk om onder ogen te zien dat dit nodig was. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik nooit beter zou worden.

Afgelopen dinsdag was ik bij een informatieavond over het traject dat ik waarschijnlijk eind dit jaar ga volgen bij Human Concern. Ik voelde betrokkenheid, warmte, oprechtheid en vooral ook vertrouwen: ik kan herstellen, als ik de juiste keuzes maak. Met om te beginnen meer tijd en ruimte voor mezelf.

Lelijk

‘Mag het ook gewoon rot en vervelend zijn nu? Jij wilt altijd alles mooi maken’. Woorden van mijn therapeut gister en ze heeft gelijk. Ik wil altijd alles mooi maken. Ik hou ook gewoon van mooi. Mooie mensen, mooie kleren, mooie natuur, mooie verhalen, mooie films, mooie woorden, mooie muziek. Het is fijn om in kleine dingen, en soms zelfs in moeilijke, verdrietige en pijnlijke dingen, het mooie te kunnen zien. Het houdt me in beweging, het houdt me op de been. Wat ik hier schrijf is meestal ook mooi. Een mooi inzicht, verpakt in mooie woorden. Maar een eetstoornis is niet mooi. Een eetstoornis is ronduit lelijk.

Lelijk Een eetstoornis de hele dag nadenken over wat ik wel en niet wil eten. Een eetstoornis is binnen een uur een pak koekjes eten én een reep chocola, vlak na mijn avondeten. Een eetstoornis is de volgende dag misselijk wakker worden met hoofdpijn en buikpijn, met dank aan diezelfde koekjes en chocola. Een eetstoornis is huilend aan mijn ontbijt zitten en door de misselijkheid heen eten, omdat misselijkheid alleen overgaat als ik regelmatig en gezond eet en daarmee mijn bloedsuikerspiegel weer stabiel krijg. Een eetstoornis is huilend op de bank bij mijn ouders zitten, omdat ik even niet meer weet hoe het moet. Een eetstoornis is iedere week mezelf binnenstebuiten keren bij therapie en alle angst en pijn onder ogen zien. Een eetstoornis is terugkijken op minstens twaalf jaar waarin ik mijn eigen leugens heb geloofd. Een eetstoornis is geen koekjes of chocola in huis hebben, uit angst alles op te eten. Een eetstoornis is last hebben van mijn darmen. Een eetstoornis is in de spiegel kijken en niet blij zijn met mijn lijf. Een eetstoornis is me iedere week schuldig voelen omdat ik weer niet heb gesport. Een eetstoornis is geen nee durven zeggen als er iemand trakteert en ik echt geen trek heb. Een eetstoornis is geen ja durven zeggen tegen een traktatie omdat ik te zwaar ben. Een eetstoornis is mijn lichaam de vernieling in helpen, omdat ik geen andere uitweg zie. Een eetstoornis is me schamen voor al het bovenstaande en het eigenlijk niet durven plaatsen, want ik doe het allemaal zelf.

Een eetstoornis is beklemmend en lelijk, maar buitengewoon sterk. Het is meer dan te veel of te weinig eten, niet blij zijn met je lichaam en ‘weer gewoon gaan eten’. Een eetstoornis blijft bestaan uit angst dat het leven zonder eetstoornis nóg lelijker en moeilijker is. Herstellen van een eetstoornis is geen sprookje met een prachtig einde. Herstellen van een eetstoornis is negentig procent van de tijd pijnlijk en zwaar. Het is de tien procent die wel mooi is die, samen met de hoop op beter, de moed geeft om door te gaan.