Pas op de plaats

De afgelopen maanden waren lastig. Ik moest onder ogen zien dat mijn herstel stagneerde. Of beter gezegd: mijn eetstoornis werd weer sterker. Al mijn energie en tijd gingen naar mijn werk en opleiding. Mijn therapie en herstel kwamen op de tweede plaats. Ik hield mezelf een tijd lang voor dat het niet erg was. Dat het vanzelf wel rustiger zou worden. Dat ik vakantie nodig had. Dat het vast vanzelf wel weer beter zou gaan.

Maar het was wel erg en het ging niet beter. Ik zat vast in een cirkeltje, leefde op de automatische piloot. Het leek bijna een onmogelijke keuze. Ik vind mijn werk leuk, mijn opleiding gaat me goed af. Meer tijd en energie steken in mijn herstel, zou betekenen dat ik mijn werk en opleiding op een lager pitje moest zetten. Dat wilde ik niet.

Belofte
Het duurde een paar maanden, maar ik hakte uiteindelijk de knoop door. Ik had mezelf namelijk een belofte gedaan, toen ik stopte met mijn vorige baan en terug verhuisde naar Friesland. Ik zou mijn herstel prioriteit geven en me er volledig voor inzetten. Ik wilde een gezonde basis leggen voor de rest van mijn leven. Ik wilde leren waarom ik mijn eetstoornis had en zorgen dat ik hem niet meer nodig had. Ik wilde de balans terugvinden die ik al lange tijd kwijt was.

Ik weet inmiddels waarom ik een eetstoornis heb. Maar daadwerkelijk zorgen dat ik hem niet meer nodig heb, dat is moeilijk. Tijd nemen, ruimte creëren, kon ik dat mezelf toestaan? Hoe zou het dan verder gaan? Wat als ik mijn baan kwijt zou raken? Maar ik dacht opnieuw aan mijn belofte en vond dat ik hem niet kon breken. Ik wilde hem ook niet breken.

Vertrouwen
29-sept
Ik besloot me daarom aan te melden voor een intensievere behandeling. Mijn opleiding is tijdelijk stopgezet, ik werk momenteel twee dagen in de week. Het was verschrikkelijk moeilijk om onder ogen te zien dat dit nodig was. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik nooit beter zou worden.

Afgelopen dinsdag was ik bij een informatieavond over het traject dat ik waarschijnlijk eind dit jaar ga volgen bij Human Concern. Ik voelde betrokkenheid, warmte, oprechtheid en vooral ook vertrouwen: ik kan herstellen, als ik de juiste keuzes maak. Met om te beginnen meer tijd en ruimte voor mezelf.

Buurman

Mijn overbuurman is verhuisd en ik mis hem. Het is niet dat ik hem ken. Ik weet niet hoe de buurman heet of hoe oud hij is, want ik heb hem nog nooit gesproken. Maar hij had iets vertrouwds.

buurman

De rode geraniums aan zijn balkon zagen er altijd zo vrolijk uit en als ik thuiskwam uit mijn werk zat de buurman vaak een sigaretje te roken op zijn balkon. Stiekem was ik dan jaloers, want het leek me heel fijn om een sigaret te roken na een drukke werkdag. Dat is ook precies de reden dat ik er nog nooit één heb aangeraakt: ik zou waarschijnlijk veel moeite hebben het bij eentje te laten. Alleen al van het kijken naar de rokende buurman werd ik rustiger.

Met oud en nieuw was ik in mijn eentje thuis. Hoewel ik zelf had besloten thuis te blijven, voelde ik me om 12 uur ’s nachts toch een beetje alleen. Ik ging op mijn balkon staan om naar het vuurwerk te kijken en zag dat de buurman ook alleen thuis was. In gedachten wenste ik hem een gelukkig nieuwjaar.

Nu is het huis aan de overkant leeg. De geraniums zijn verdwenen en de buurman rookt geen sigaretjes meer op zijn balkon. De rolgordijnen zijn naar beneden. De buurman is weg en ik mis hem. Hij moest eens weten.

Wa’t ik bin

Koest do net sjen, koest do net oan myn eagen sjen
Dat ik gjin fjoer meer yn my hie
Wêr wie de stim, wêr wie de stim dy ’t tsjin my sei
Dat ik myn dream ferjitten wie
En de dagen gienen foarby en ik libbe mei de dei
want ik hoechde net te witten fan de moarn
Sa ticht by dy, myn hiele libben wie ‘k by dy
Dochs wie dyn tinken fier fan my
‘k Ha alles jûn, ik ha my oan it lot ferbûn
Wy gienen elts ús eigen wei

Mar by alles wat ik die, wat ik yn myn hannen hie
Feroarre blinkend goud yn inkeld sân
De dreamen dy’t ik dreamde binne mei de tiid ferflein
Lit my frij om no te fleanen, lit my fleane yn ‘e rein
Ik iepenje de finsters en ik fljocht sa fier ’t ik kin
want ik kin no einlik wêze wa’t ik bin

Mar de jierren rekken wei, en de tiid dy naam ús mei,
en wy hoechden net te wachtsjen op ‘e moarn
De dreamen dy’t ik dreamde binne mei de tiid ferflein
Lit my frij om no te fleanen, lit my fleane yn ‘e rein
Ik iepenje de finsters en ik fljocht sa fier ’t ik kin
want ik kin no einlik wêze wa’t ik bin

Excuses voor de niet-Friese meelezers. Ik had een vertaling gemaakt, maar dat werd ronduit lelijk. In het Fries is het gewoon het mooist.

Alles mag

‘Als alles zou mogen, hoe zou je dan eten? Welke producten zou je kiezen, die je jezelf nu verbiedt?’ Een mooie vraag die de diëtiste mij stelde. Ik had er niet direct een antwoord op. Als alles zou mogen? Alsof dat een optie is!

‘Je mag gewoon alles eten hoor. Er is geen goed of fout’, benadrukt ze nog een keer. Het is goed om daar bij stil te staan. Wat zou ik eten, als alles mocht? De vraag ontstond na het bespreken van mijn eetdagboek. Mijn basiseetpatroon is nog steeds te beperkt, zowel in hoeveelheid als in productkeuze, waardoor ik sneller doorsla als ik mezelf wat extra’s gun.

Goed of fout
Als alles zou mogen, hoe zou ik dan eten? Er zou denk ik niet eens zo heel erg veel veranderen. Het zou wel heel veel ruimte geven in mijn hoofd. Geen oordeel over goed of fout, geen discussie over een boterham meer of minder om later op de dag een pak koekjes leeg te eten.

Geen irreële eetangsten als ik een dagje weg ben. Niet meer tegen mijn zin broccoli eten omdat het zo gezond is. Gewoon iedere avond een stuk chocola bij de thee, omdat dat zo lekker is. Een ijsje halen bij mooi weer. Een tosti tussen de middag, met een kom tomatensoep. Uit eten en het lekkerste toetje kiezen, in plaats van een kop thee. Weer een keertje pannenkoeken als lunch. ’s Avonds wat bestellen als ik echt geen zin heb om te koken.

Maar ook: een stevig en gezond ontbijt omdat dat een goede bodem geeft voor een lange werkdag. Een mango of een doosje aardbeien meenemen bij de groenteboer, ook al vind ik dat eigenlijk te duur. Lekker stevig brood halen bij de bakker. Een moot verse zalm halen op de markt. Een groot glas koud water als ik het warm heb.

Ik zou stil staan bij de behoeftes van mijn lichaam en bij waar ik zin in heb, in plaats van voldoen aan allerlei regeltjes in mijn hoofd. Eten als ik trek heb, stoppen als ik genoeg heb. Ik zou meer eten op gevoel.

Knipsel

Balans
Voor mij op tafel ligt een kaartje met het woord ‘balans’. Ik herinner mij dat ik aan het begin van mijn dagbehandeling een oefening heb gedaan, waarbij balans ook het kernwoord was. De extremen in mijn eet- en beweegpatroon waren toen veel groter. Zo groot, dat ik hoe het nu gaat als goed beschouw. Maar het is nog niet goed genoeg. De balans slaat nog te vaak door naar een van beide kanten. Naar te veel regels of juist alle remmen los.

Ergens is het mooi om te zien dat alles waar ik mee bezig ben, weerspiegeld wordt in mijn eetpatroon. Alle thema’s waar ik aan werk, zie ik mijn eetstoornis terug. Het maakt me hoopvol, maar soms ook wanhopig. Ik weet dat ik pas zonder mijn eetstoornis kan, als ik zelf meer in balans ben en als ik weet wat ik me kan helpen als ik even uit evenwicht wordt gebracht. Soms ben ik bang dat het misschien nog langer gaat duren dan ik zou willen. Tegelijkertijd raak ik er steeds meer van overtuigd dat er een moment komt waarop ik kan zeggen: ‘Mijn eetstoornis is verleden tijd’.

Naar huis

‘Waar gaat u naartoe?’

‘Ik ga naar huis, naar mijn moeder’. Vanachter de rollator krijg ik een vertwijfelde blik. ‘Ik weet alleen niet waar mijn moeder is.’

‘Zal ik met u meegaan?’

Een diepe frons. Dan: ‘Ja, dat mag wel’. We lopen naar buiten. ‘Daar is de bakker. Die kant moeten we op. Heb ik nog wel geld?’ Een blik in het mandje van de rollator. Er staat een doosje in. ‘Oh, daar zijn mijn sleutels’. Het deksel gaat weer dicht. We lopen verder.

‘Dat steegje, daar moeten we in. Daar woont mijn moeder’. We lopen het steegje in. Erachter is een parkeerplaats. ‘Daar is de kerk, daar ga ik altijd naar toe. Je had beter niet met me mee kunnen gaan. Je zult wel denken’.

‘Ik vind het wel gezellig om even met u mee te lopen. Vindt u het niet gezellig?’

‘Ja hoor. Maar krijg je het niet koud?’

‘Nee, het is vandaag lekker weer toch?’

Naar huis

We lopen verder.

‘Zullen we hier links gaan? Komt u mee?’

Het verzorgingshuis komt weer in zicht.

‘Ik weet niet waar mijn huis is’.

‘Kijk, daar woont u, in dat gebouw’.

‘Ja, dat geloof ik ook. Die boom, daar heb ik al vaak bij gestaan. Prachtig hè?’

‘Hij is zeker prachtig. Zullen we naar binnen gaan? Dan drinken we een bakje koffie.

‘Ja, dat kan wel. Ik zal eerst kijken of ik wel geld bij me heb’.

‘Dat hoeft niet hoor. De koffie is vandaag gratis’.

‘Dan kunnen we dat wel doen. Maar daarna wil ik naar huis’.

Gewicht

Twee weken geleden had ik een afspraak bij de diëtiste. Ik had haar al twee jaar niet meer gezien. Ik heb in die tijd wel stappen gezet in mijn eetpatroon, maar de afgelopen maanden bleef ik hangen. In vertrouwde producten, vertrouwde hoeveelheden met zo nu en dan een eetbui. In een stabiel gewicht en in bekende patronen en gedachten. Lekker veilig.

De laatste tijd heb ik op veel vlakken hard gewerkt, maar het eten en mijn lichaamsbeeld bleven daarin achter. Met de zomer voor de deur, de tijd van lekker bewegen, zon, korte mouwen en blote benen, ging dat aan mij knagen. Want ik wil nog steeds graag slanker zijn dan ik nu ben. Mijn lichaamsbeeld is reëel en mijn wens om af te vallen is gezond. Maar toch hield iets me tegen.

Twijfels
Na lang wikken en wegen besprak ik dit met mijn therapeute en besloot ik een afspraak te maken met de diëtiste. Ik ging stilstaan bij wat een lager gewicht voor mij zou betekenen. Lichamelijk gezien zag ik alleen maar voordelen, maar toen ik mijn gevoel wat meer toeliet, voelde ik voornamelijk angst. Een knoop in mijn maag. Wat als mijn gewicht binnen de normen van gezond en normaal zal vallen? Moet ik dan verder ook helemaal gezond en normaal zijn (voor zover er een ‘normaal’ bestaat)? Om af te vallen zal ik de eetbuien helemaal de deur uit moeten werken. Kan ik dat en hoe ga ik dat doen? Op wat voor gewicht zal ik uitkomen? Wat is mijn natuurlijke gewicht?

Ik ben in mijn leven meerdere keren veel afgevallen en daarna weer aangekomen. Ik weet wat de reden daarvan was en ik weet dat ik daar nu niet bang voor hoef te zijn, zolang ik eerlijk blijf naar mezelf en hulp vraag als dat nodig is. Ik weet dat ik niet meer zo dun hoef te worden als toen en mezelf niet alles hoef te ontzeggen.

Eetpatroon
Ik besprak mijn eetpatroon met de diëtiste. Zij vond het op sommige dagen aan de krappe kant. We bespraken op welke vlakken er een stapje bij moest en hoe ik mijn drang en behoefte naar zoet kan doorbreken. Daarnaast hadden we het over mijn gewicht. Ik heb mijn hele volwassen leven een eetstoornis gehad en nog nooit langere tijd een stabiel en gezond gewicht gehad. Ze vroeg naar mijn gewicht als kind. Toen was ik wel stevig gebouwd, maar absoluut niet dik. Ik weet dat ik nooit in maat 36 zal passen en dat is ook niet mijn streven. Maar wat is dan wel mijn streven?

Ik vind het moeilijk om ergens aan te beginnen waarvan ik niet weet waar het eindigt en erop te vertrouwen dat mijn lichaam het evenwicht zelf wel zal vinden. Ik vind het moeilijk om geduldig te zijn en niet te verwachten dat de extra kilo’s binnen een paar maanden wel verdwenen zullen zijn. Ik vind het moeilijk erop te vertrouwen dat wat ik eet echt niet te veel is.

gewicht

Vrijheid
Maar ik wil me door al deze angsten en twijfels niet laten weerhouden. De diëtiste stelde me een belangrijke vraag: ‘Hoe zul je je voelen als je straks een aantal kilo lichter de deur uit loopt’? Voorbij alle gedachten als ‘dat kan helemaal niet’ en ‘dat zal me nooit lukken’, vond ik het antwoord. Ik zou me lichter voelen, op mijn gemak in mijn lichaam en vrijer dan ik me ooit heb gevoeld. Bijna opgelucht. Het gevoel dat bovenkwam, heeft weinig te maken met mijn lichaamsgewicht. Het heeft te maken met mezelf zijn en accepteren wie ik ben. Het gaat over helemaal hersteld zijn en vertrouwen op mezelf, zonder beschermlaagje van extra kilo’s, zonder eetstoornis. Het komt steeds dichterbij en dat maakt dat de angst voor het onbekende op sommige momenten immens groot is. Juist dan is er geen andere keuze meer dan gewoon te springen.

Referendum

Vanavond stapte ik op de fiets om te gaan stemmen. Een uur van tevoren twijfelde ik nog. Ik zat met mijn laptop op de bank en las een aantal artikelen die voors en tegens van het associatieverdrag met Oekraïne op een rij zetten. Een associatieverdrag met Oekraïne, wat moest ik daar als Nederlandse burger, niet gehinderd door enige economische kennis, nou van vinden? Ik overwoog zelfs om niet te gaan stemmen. Niet omdat de opkomstdrempel van 30 procent dan misschien niet werd gehaald en de uitkomst van het referendum daarmee ongeldig zou worden verklaard. Nee, ik had gewoon geen zin om door de regen te fietsen om mijn stem uit te brengen over een verdrag waar ik in mijn ogen niet genoeg van afwist.

Oekraïne
Maar het werd droog. Ik stapte op de fiets en ineens dacht ik aan de keer dat ik zelf in Oekraïne was. Je schrijft overigens bij voorkeur Oekraïne en niet de Oekraïne. Oekraïne is sinds 1991 een onafhankelijk land, en landnamen worden zonder lidwoord gebruikt volgens Genootschap Onze Taal. Maar tot zover de taalles. In 2003 was ik in Oekraïne, waar ik meewerkte aan een project in een zigeunerkamp bij het dorp Kisbégány. We bouwden mee aan een schoolgebouw, organiseerden activiteiten voor de kinderen en logeerden bij een gastgezin. Niet in het zigeunerkamp zelf, want dat was veel te gevaarlijk en onhygiënisch.

Armoede
Wat mij van die reis bijgebleven is, zijn vooral de uitzichtloosheid en armoede. Kinderen die de hele dag naakt rondliepen omdat ze geen kleren hadden, of ineens waren verdwenen: door hun ouders naar de stad gestuurd om te gaan bedelen. We bezochten de kinderafdeling van het plaatselijke ziekenhuis, waar de kinderen zonder goede zorg en voorzieningen eenzaam en stinkend naar urine in hun bedje lagen. Ik herinner me de wc van het gastgezin, waar ik ’s avonds niet naar toe durfde. Het stond op het erf naast de stal, waar zo nu en dan een rat voorbij rende.

Ik dacht aan mijn reis naar Oekraïne en aan de kinderen die ik toen ontmoette. Wat zou er van hen geworden zijn? Zij verdienden meer dan een leven dat in het teken stond van armoede, alcoholisme en criminaliteit. Ik stemde daarom voor het associatieverdrag en schaamde me nog even heel diep omdat ik bijna mijn democratische plicht had verzaakt. Geen zin om door de regen te fietsen, hoezo verwende westerling? Misschien ben ik naïeve idealist; zullen vooral de rijke oligarchen profiteren en blijft Oekraïne een corrupt land met een straatarme onderlaag, voor wie economisch voordeel door dit verdrag een illusie is. Maar ik heb in ieder geval mijn stem laten horen.

Lente

Als het in de winter
Buiten koud en grijs is
Ben ik me niet bewust
Van wat ik mis

Maar nu de narcissen bloeien
En ik geniet van de warme zon
Vraag ik ineens af
Hoe ik daar zonder kon

Snelweg

Regelmatig rijd ik op zondagochtend om half zeven naar mijn werk. Ik lijk één van de weinige mensen te zijn die al wakker is. ’s Ochtends werken, ’s middags lekker vrij. De radio klinkt zachtjes op de achtergrond, de zon komt links van me op boven het water. Rechts van me nog de maan. Half nacht, half dag. Op zondagochtend rijd ik niet snel, er is weinig verkeer. Het geeft me de tijd nog even te mijmeren. Ik rijd graag op zondagochtend naar mijn werk.

Hoe anders is dat op dinsdagmiddag, als ik naar huis rijd. Auto’s, vrachtwagens, ze lijken van alle kanten te komen. Met de drukte van de werkdag nog in mijn hoofd en in mijn lijf, rijd ik automatisch zelf ook sneller. De radio aan, met een dj die flauwe grappen maakt die ik helemaal niet leuk vind. Bovendien heeft hij een irritante stem. Ik denk aan de boodschappen die ik ga doen en de onbeantwoorde appjes op mijn telefoon. Ik zie dat ik moet tanken en er ligt thuis een schoolopdracht op me te wachten. Gehaast en moe stap ik uit, eenmaal binnen klap ik meteen mijn laptop open.

Op dinsdagmiddag verlang ik naar het tempo van de zondagochtend. De snelheid van de dinsdagmiddag past me niet. Het maakt dat ik mezelf kwijtraak. Alleen nog lijk te bestaan uit verplichtingen en razende gedachten. De stopknop kan ik niet meer vinden. De zondagochtend geeft een fijn gevoel. Ik ben rustig, tevreden, heb zin in de dag. De dinsdagmiddag maakt me bang en slokt me op. Ik verstop me en durf pas weer tevoorschijn te komen als het zondagochtend is.

Mijn pen

Ik liep samen met een collega over de gang in het verzorgingshuis, toen een man van de apotheek vroeg of hij mijn pen mocht lenen. ‘Tuurlijk’, zei ik. Ik gaf de man mijn pen en liep verder. De man zou me wel opzoeken als hij klaar was. ‘Die pen zie je nooit meer terug’, zei mijn collega. Ik had er helemaal niet over nagedacht of ik mijn pen wel terug zou zien. De man had een pen nodig, dus kreeg hij die van mij. ‘Oh, ik denk het wel hoor, ik heb veel vertrouwen in de mensheid’, grapte ik.

We liepen naar binnen bij één van onze bewoners. Net uit bed, zat ze in haar nachthemd naar het journaal te kijken. ‘Er is een aanslag gepleegd in Brussel. We leven in een rare wereld’, sprak ze. Ik gaf haar gelijk. De volgende uren hoorde ik nog vaak woorden van dezelfde strekking: ‘Onbegrijpelijk’, ‘Niet te geloven’, ‘Het komt steeds dichterbij’. Mijn vertrouwen in de mensheid was ineens ver te zoeken, de beelden bezorgden me kippenvel.

Toen ik klaar was en naar beneden liep voor een kop thee, kwam ik de man van de apotheek weer tegen. ‘Ik zocht je. Kijk, hier is je pen weer’. Ik glimlachte.

Als de wereld te groot lijkt, maak hem dan kleiner. Probeer vertrouwen te houden in de mensen om je heen door te kijken naar de simpele dingen. Dingen als het terugkrijgen van je pen.