Oneindig

Ik wil je niet meer
Mijn stem wordt steeds luider
Ik wil je niet meer
Het is tijd dat je gaat

Als ik je laat blijven
Neem jij het weer over
Beland ik
Verzand ik
In mislukking en haat

Wikken en wegen
De voors en de tegens
Wat jij voor mij doet
Wat ik door jou laat

Als jij niet wilt gaan
Kom ik in beweging
Mijn blik op oneindig
Jij blijft op je plaats

Ik loop verder
Steeds verder
Kijk niet achterom

Met mijn passen vervaagt
Het verdriet om wat niet was
Met iedere stap
Groeit de angst voor wat komt

Met iedere stap
Klinkt een belofte
Toekomstmuziek
Waar ik op vertrouw
Dat oneindig alleen
Zoveel beter zal blijken
Dan voor altijd en eeuwig
Eindeloos met jou

Anders

Ik voelde mij als kind al anders dan anderen. Op school, maar ook thuis. Ik hield niet van drukte, dacht veel over dingen na, was gevoelig, vaak bang. Als er veel mensen in huis waren, lag ik het liefst met een boek op bed, of ik ging naar buiten. Als het een feestdag was, bijvoorbeeld mijn verjaardag of sinterklaas, was ik vaak ziek. Lichamelijk ziek, inclusief koorts. Als ik een enge film had gezien, kon ik vervolgens wekenlang niet slapen. Ook op sociaal vlak kon ik niet goed meekomen: ik was verlegen en vond het vreselijk om het middelpunt van de belangstelling te staan. Ik ging het liefst rustig mijn eigen gang en was snel moe als ik te veel hooi op mijn vork nam.

Oordelen
Veel van deze eigenschappen zijn in onze maatschappij niet handig. Naarmate ik ouder werd, hoorde ik vaak dat ik ongezellig was, of te serieus. Dat ik niet zo bang moest zijn, harder moest worden, te ingewikkeld was, chaotisch en bovendien langzaam. Dus ging ik mijn best doen om dat allemaal niet meer te zijn. Ik zat in de knoop en bedacht onbewust een oplossing: als ik af zou vallen, zou het allemaal over gaan. Dan zou ik net zo zijn als anderen, niet meer raar, serieus, ongezellig en ingewikkeld. Dit was het begin van mijn eetstoornis, die zich steeds meer met mijn karaktereigenschappen heeft verweven en door de jaren heen verschillende vormen heeft aangenomen. Het begin van mijn toneelstuk, waarin ik iemand speelde die ik niet was.

Nu ik me stukje bij beetje van mijn eetstoornis ontdoe, kan en wil ik niet langer doen alsof ik iemand anders ben. Ik ben nou eenmaal heel gevoelig, serieus, rustig, bedachtzaam, snel overprikkeld en daarom op zijn tijd graag alleen. Maar ik ben ook nieuwsgierig, heb behoefte aan verbinding en plezier, aan mensen met wie ik kan praten over alles waar ik over nadenk, mensen die me nemen zoals ik ben.

Hoop
De afgelopen jaren hebben hun sporen nagelaten en het kost tijd dit alles te verwerken. Ik voel me onzeker en eenzaam, doordat de oordelen die anderen vroeger over mij hadden, mijn eigen overtuigingen zijn geworden. Ik ben verdrietig, omdat ik de afgelopen jaren aan het overleven ben geweest en daardoor zoveel mooie dingen heb gemist. Ik heb in de tiende versnelling geleefd, terwijl de zesde versnelling voor mij het maximaal haalbare is. De maatschappij dendert door. Het moet altijd sneller, beter, meer en ik kan daar niet in mee.

Ik kan daar niet in mee en ik wil daar niet meer in mee. Ik wil het anders doen, op een manier die bij mij past en waar ik me goed bij voel. Ik wil weer kunnen genieten van de kleine dingen, mijn tempo vertragen. Ik wil weer ervaren waar ik goed in ben en mijn kwaliteiten gaan gebruiken, zodat ik weer vertrouwen krijg in mezelf. Ik wil mezelf laten zien, zodat ik me niet meer eenzaam hoef te voelen en herkenning en begrip vind. Ik wil mijn stem laten horen, omdat ik weet dat ik niet de enige ben die worstelt. Ik wil mijn eetstoornis achter me laten en mijn leven gaan leven. Ik weet alleen nog niet goed hoe.

Pijn

De laatste keer dat ik op mijn blog schreef, was vlak nadat ik tot de conclusie was gekomen dat ik een intensievere behandeling nodig had. Het deed pijn dat besluit te nemen, maar het was ook goed. Inmiddels zitten mijn behandeling in Portugal en de daaropvolgende dagbehandeling in Amsterdam er alweer op en krijg ik regelmatig de vraag hoe het met me gaat. Een vraag waar ik moeilijk antwoord op kan geven. Een vraag waarop ik vaak zeg: ‘het gaat wel beter’. Terwijl dat een antwoord is dat de lading bij lange na niet dekt.

Want het gaat beter, in de zin dat ik vooruit kom. Stappen zet in mijn herstel, steeds minder toegeef aan de eetstoornis. Maar dat betekent tegelijkertijd dat er zoveel naar de oppervlakte komt. Verdriet, pijn, boosheid. Het lukt me niet langer te doen alsof, mezelf wijs te maken dat het prima gaat zolang ik maar kan functioneren. Kan werken, aan de verwachtingen van mezelf en anderen kan voldoen.

Het lukt niet langer te doen alsof, maar ik wil het ook niet meer. Want als er iets is wat ik heb geleerd de afgelopen maanden, is het dat ik écht wil herstellen. Ik wil niet langer een leven leiden waarin ik alles wat voor mij belangrijk is, wat ik voel en denk, onderdruk. Ik wil me vrij voelen. Vrij in wat ik zeg, wat ik schrijf, wat ik voel, wat ik denk, wie ik ben. Een leven met alles erop en eraan. Dat klinkt mooi en krachtig. Dat is het ook, maar tegelijkertijd doet het pijn.

Het doet pijn om niet alleen te weten, maar ook te voelen dat ik het anders wil, maar nog niet goed weet hoe. Te voelen wat ik mis, en het gemis niet op te kunnen vullen. Te voelen hoe bang ik ben voor wat anderen van mij vinden. Te voelen hoe eenzaam ik was, en vaak ook nog ben. Te voelen dat ik het verleden niet kan veranderen en verloren jaren niet in kan halen. Te voelen dat ik niet blij ben met hoe mijn leven er nu uitziet en dat het veel tijd gaat kosten voordat ik ben waar ik wil zijn. Te voelen hoe bang ik ben mezelf te laten zien, met alles wat ik ben.

Zo heb ik ook getwijfeld of ik hier nog verder wilde schrijven. Want het is persoonlijk en kwetsbaar: iedereen kan het lezen. Maar schrijven schrijven hoort bij wie ik ben en helpt mij. Dus blijf ik schrijven, dwars door mijn angst heen.

‘We must go through te past to live in the present. Through, not beyond. Through, not above. Through, not out of (…). Speaking, feeling, crying, raging, laughing, being fearlessly honest about the past. In this way, the present becomes itself, nothing more’.

– Geneen Roth in: When food is love

Pas op de plaats

De afgelopen maanden waren lastig. Ik moest onder ogen zien dat mijn herstel stagneerde. Of beter gezegd: mijn eetstoornis werd weer sterker. Al mijn energie en tijd gingen naar mijn werk en opleiding. Mijn therapie en herstel kwamen op de tweede plaats. Ik hield mezelf een tijd lang voor dat het niet erg was. Dat het vanzelf wel rustiger zou worden. Dat ik vakantie nodig had. Dat het vast vanzelf wel weer beter zou gaan.

Maar het was wel erg en het ging niet beter. Ik zat vast in een cirkeltje, leefde op de automatische piloot. Het leek bijna een onmogelijke keuze. Ik vind mijn werk leuk, mijn opleiding gaat me goed af. Meer tijd en energie steken in mijn herstel, zou betekenen dat ik mijn werk en opleiding op een lager pitje moest zetten. Dat wilde ik niet.

Belofte
Het duurde een paar maanden, maar ik hakte uiteindelijk de knoop door. Ik had mezelf namelijk een belofte gedaan, toen ik stopte met mijn vorige baan en terug verhuisde naar Friesland. Ik zou mijn herstel prioriteit geven en me er volledig voor inzetten. Ik wilde een gezonde basis leggen voor de rest van mijn leven. Ik wilde leren waarom ik mijn eetstoornis had en zorgen dat ik hem niet meer nodig had. Ik wilde de balans terugvinden die ik al lange tijd kwijt was.

Ik weet inmiddels waarom ik een eetstoornis heb. Maar daadwerkelijk zorgen dat ik hem niet meer nodig heb, dat is moeilijk. Tijd nemen, ruimte creëren, kon ik dat mezelf toestaan? Hoe zou het dan verder gaan? Wat als ik mijn baan kwijt zou raken? Maar ik dacht opnieuw aan mijn belofte en vond dat ik hem niet kon breken. Ik wilde hem ook niet breken.

Vertrouwen
29-sept
Ik besloot me daarom aan te melden voor een intensievere behandeling. Mijn opleiding is tijdelijk stopgezet, ik werk momenteel twee dagen in de week. Het was verschrikkelijk moeilijk om onder ogen te zien dat dit nodig was. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik nooit beter zou worden.

Afgelopen dinsdag was ik bij een informatieavond over het traject dat ik waarschijnlijk eind dit jaar ga volgen bij Human Concern. Ik voelde betrokkenheid, warmte, oprechtheid en vooral ook vertrouwen: ik kan herstellen, als ik de juiste keuzes maak. Met om te beginnen meer tijd en ruimte voor mezelf.

Buurman

Mijn overbuurman is verhuisd en ik mis hem. Het is niet dat ik hem ken. Ik weet niet hoe de buurman heet of hoe oud hij is, want ik heb hem nog nooit gesproken. Maar hij had iets vertrouwds.

buurman

De rode geraniums aan zijn balkon zagen er altijd zo vrolijk uit en als ik thuiskwam uit mijn werk zat de buurman vaak een sigaretje te roken op zijn balkon. Stiekem was ik dan jaloers, want het leek me heel fijn om een sigaret te roken na een drukke werkdag. Dat is ook precies de reden dat ik er nog nooit één heb aangeraakt: ik zou waarschijnlijk veel moeite hebben het bij eentje te laten. Alleen al van het kijken naar de rokende buurman werd ik rustiger.

Met oud en nieuw was ik in mijn eentje thuis. Hoewel ik zelf had besloten thuis te blijven, voelde ik me om 12 uur ’s nachts toch een beetje alleen. Ik ging op mijn balkon staan om naar het vuurwerk te kijken en zag dat de buurman ook alleen thuis was. In gedachten wenste ik hem een gelukkig nieuwjaar.

Nu is het huis aan de overkant leeg. De geraniums zijn verdwenen en de buurman rookt geen sigaretjes meer op zijn balkon. De rolgordijnen zijn naar beneden. De buurman is weg en ik mis hem. Hij moest eens weten.

Alles mag

‘Als alles zou mogen, hoe zou je dan eten? Welke producten zou je kiezen, die je jezelf nu verbiedt?’ Een mooie vraag die de diëtiste mij stelde. Ik had er niet direct een antwoord op. Als alles zou mogen? Alsof dat een optie is!

‘Je mag gewoon alles eten hoor. Er is geen goed of fout’, benadrukt ze nog een keer. Het is goed om daar bij stil te staan. Wat zou ik eten, als alles mocht? De vraag ontstond na het bespreken van mijn eetdagboek. Mijn basiseetpatroon is nog steeds te beperkt, zowel in hoeveelheid als in productkeuze, waardoor ik sneller doorsla als ik mezelf wat extra’s gun.

Goed of fout
Als alles zou mogen, hoe zou ik dan eten? Er zou denk ik niet eens zo heel erg veel veranderen. Het zou wel heel veel ruimte geven in mijn hoofd. Geen oordeel over goed of fout, geen discussie over een boterham meer of minder om later op de dag een pak koekjes leeg te eten.

Geen irreële eetangsten als ik een dagje weg ben. Niet meer tegen mijn zin broccoli eten omdat het zo gezond is. Gewoon iedere avond een stuk chocola bij de thee, omdat dat zo lekker is. Een ijsje halen bij mooi weer. Een tosti tussen de middag, met een kom tomatensoep. Uit eten en het lekkerste toetje kiezen, in plaats van een kop thee. Weer een keertje pannenkoeken als lunch. ’s Avonds wat bestellen als ik echt geen zin heb om te koken.

Maar ook: een stevig en gezond ontbijt omdat dat een goede bodem geeft voor een lange werkdag. Een mango of een doosje aardbeien meenemen bij de groenteboer, ook al vind ik dat eigenlijk te duur. Lekker stevig brood halen bij de bakker. Een moot verse zalm halen op de markt. Een groot glas koud water als ik het warm heb.

Ik zou stil staan bij de behoeftes van mijn lichaam en bij waar ik zin in heb, in plaats van voldoen aan allerlei regeltjes in mijn hoofd. Eten als ik trek heb, stoppen als ik genoeg heb. Ik zou meer eten op gevoel.

Knipsel

Balans
Voor mij op tafel ligt een kaartje met het woord ‘balans’. Ik herinner mij dat ik aan het begin van mijn dagbehandeling een oefening heb gedaan, waarbij balans ook het kernwoord was. De extremen in mijn eet- en beweegpatroon waren toen veel groter. Zo groot, dat ik hoe het nu gaat als goed beschouw. Maar het is nog niet goed genoeg. De balans slaat nog te vaak door naar een van beide kanten. Naar te veel regels of juist alle remmen los.

Ergens is het mooi om te zien dat alles waar ik mee bezig ben, weerspiegeld wordt in mijn eetpatroon. Alle thema’s waar ik aan werk, zie ik mijn eetstoornis terug. Het maakt me hoopvol, maar soms ook wanhopig. Ik weet dat ik pas zonder mijn eetstoornis kan, als ik zelf meer in balans ben en als ik weet wat ik me kan helpen als ik even uit evenwicht wordt gebracht. Soms ben ik bang dat het misschien nog langer gaat duren dan ik zou willen. Tegelijkertijd raak ik er steeds meer van overtuigd dat er een moment komt waarop ik kan zeggen: ‘Mijn eetstoornis is verleden tijd’.

Naar huis

‘Waar gaat u naartoe?’

‘Ik ga naar huis, naar mijn moeder’. Vanachter de rollator krijg ik een vertwijfelde blik. ‘Ik weet alleen niet waar mijn moeder is.’

‘Zal ik met u meegaan?’

Een diepe frons. Dan: ‘Ja, dat mag wel’. We lopen naar buiten. ‘Daar is de bakker. Die kant moeten we op. Heb ik nog wel geld?’ Een blik in het mandje van de rollator. Er staat een doosje in. ‘Oh, daar zijn mijn sleutels’. Het deksel gaat weer dicht. We lopen verder.

‘Dat steegje, daar moeten we in. Daar woont mijn moeder’. We lopen het steegje in. Erachter is een parkeerplaats. ‘Daar is de kerk, daar ga ik altijd naar toe. Je had beter niet met me mee kunnen gaan. Je zult wel denken’.

‘Ik vind het wel gezellig om even met u mee te lopen. Vindt u het niet gezellig?’

‘Ja hoor. Maar krijg je het niet koud?’

‘Nee, het is vandaag lekker weer toch?’

Naar huis

We lopen verder.

‘Zullen we hier links gaan? Komt u mee?’

Het verzorgingshuis komt weer in zicht.

‘Ik weet niet waar mijn huis is’.

‘Kijk, daar woont u, in dat gebouw’.

‘Ja, dat geloof ik ook. Die boom, daar heb ik al vaak bij gestaan. Prachtig hè?’

‘Hij is zeker prachtig. Zullen we naar binnen gaan? Dan drinken we een bakje koffie.

‘Ja, dat kan wel. Ik zal eerst kijken of ik wel geld bij me heb’.

‘Dat hoeft niet hoor. De koffie is vandaag gratis’.

‘Dan kunnen we dat wel doen. Maar daarna wil ik naar huis’.

Gewicht

Twee weken geleden had ik een afspraak bij de diëtiste. Ik had haar al twee jaar niet meer gezien. Ik heb in die tijd wel stappen gezet in mijn eetpatroon, maar de afgelopen maanden bleef ik hangen. In vertrouwde producten, vertrouwde hoeveelheden met zo nu en dan een eetbui. In een stabiel gewicht en in bekende patronen en gedachten. Lekker veilig.

De laatste tijd heb ik op veel vlakken hard gewerkt, maar het eten en mijn lichaamsbeeld bleven daarin achter. Met de zomer voor de deur, de tijd van lekker bewegen, zon, korte mouwen en blote benen, ging dat aan mij knagen. Want ik wil nog steeds graag slanker zijn dan ik nu ben. Mijn lichaamsbeeld is reëel en mijn wens om af te vallen is gezond. Maar toch hield iets me tegen.

Twijfels
Na lang wikken en wegen besprak ik dit met mijn therapeute en besloot ik een afspraak te maken met de diëtiste. Ik ging stilstaan bij wat een lager gewicht voor mij zou betekenen. Lichamelijk gezien zag ik alleen maar voordelen, maar toen ik mijn gevoel wat meer toeliet, voelde ik voornamelijk angst. Een knoop in mijn maag. Wat als mijn gewicht binnen de normen van gezond en normaal zal vallen? Moet ik dan verder ook helemaal gezond en normaal zijn (voor zover er een ‘normaal’ bestaat)? Om af te vallen zal ik de eetbuien helemaal de deur uit moeten werken. Kan ik dat en hoe ga ik dat doen? Op wat voor gewicht zal ik uitkomen? Wat is mijn natuurlijke gewicht?

Ik ben in mijn leven meerdere keren veel afgevallen en daarna weer aangekomen. Ik weet wat de reden daarvan was en ik weet dat ik daar nu niet bang voor hoef te zijn, zolang ik eerlijk blijf naar mezelf en hulp vraag als dat nodig is. Ik weet dat ik niet meer zo dun hoef te worden als toen en mezelf niet alles hoef te ontzeggen.

Eetpatroon
Ik besprak mijn eetpatroon met de diëtiste. Zij vond het op sommige dagen aan de krappe kant. We bespraken op welke vlakken er een stapje bij moest en hoe ik mijn drang en behoefte naar zoet kan doorbreken. Daarnaast hadden we het over mijn gewicht. Ik heb mijn hele volwassen leven een eetstoornis gehad en nog nooit langere tijd een stabiel en gezond gewicht gehad. Ze vroeg naar mijn gewicht als kind. Toen was ik wel stevig gebouwd, maar absoluut niet dik. Ik weet dat ik nooit in maat 36 zal passen en dat is ook niet mijn streven. Maar wat is dan wel mijn streven?

Ik vind het moeilijk om ergens aan te beginnen waarvan ik niet weet waar het eindigt en erop te vertrouwen dat mijn lichaam het evenwicht zelf wel zal vinden. Ik vind het moeilijk om geduldig te zijn en niet te verwachten dat de extra kilo’s binnen een paar maanden wel verdwenen zullen zijn. Ik vind het moeilijk erop te vertrouwen dat wat ik eet echt niet te veel is.

gewicht

Vrijheid
Maar ik wil me door al deze angsten en twijfels niet laten weerhouden. De diëtiste stelde me een belangrijke vraag: ‘Hoe zul je je voelen als je straks een aantal kilo lichter de deur uit loopt’? Voorbij alle gedachten als ‘dat kan helemaal niet’ en ‘dat zal me nooit lukken’, vond ik het antwoord. Ik zou me lichter voelen, op mijn gemak in mijn lichaam en vrijer dan ik me ooit heb gevoeld. Bijna opgelucht. Het gevoel dat bovenkwam, heeft weinig te maken met mijn lichaamsgewicht. Het heeft te maken met mezelf zijn en accepteren wie ik ben. Het gaat over helemaal hersteld zijn en vertrouwen op mezelf, zonder beschermlaagje van extra kilo’s, zonder eetstoornis. Het komt steeds dichterbij en dat maakt dat de angst voor het onbekende op sommige momenten immens groot is. Juist dan is er geen andere keuze meer dan gewoon te springen.

Lente

Als het in de winter
Buiten koud en grijs is
Ben ik me niet bewust
Van wat ik mis

Maar nu de narcissen bloeien
En ik geniet van de warme zon
Vraag ik ineens af
Hoe ik daar zonder kon

Snelweg

Regelmatig rijd ik op zondagochtend om half zeven naar mijn werk. Ik lijk één van de weinige mensen te zijn die al wakker is. ’s Ochtends werken, ’s middags lekker vrij. De radio klinkt zachtjes op de achtergrond, de zon komt links van me op boven het water. Rechts van me nog de maan. Half nacht, half dag. Op zondagochtend rijd ik niet snel, er is weinig verkeer. Het geeft me de tijd nog even te mijmeren. Ik rijd graag op zondagochtend naar mijn werk.

Hoe anders is dat op dinsdagmiddag, als ik naar huis rijd. Auto’s, vrachtwagens, ze lijken van alle kanten te komen. Met de drukte van de werkdag nog in mijn hoofd en in mijn lijf, rijd ik automatisch zelf ook sneller. De radio aan, met een dj die flauwe grappen maakt die ik helemaal niet leuk vind. Bovendien heeft hij een irritante stem. Ik denk aan de boodschappen die ik ga doen en de onbeantwoorde appjes op mijn telefoon. Ik zie dat ik moet tanken en er ligt thuis een schoolopdracht op me te wachten. Gehaast en moe stap ik uit, eenmaal binnen klap ik meteen mijn laptop open.

Op dinsdagmiddag verlang ik naar het tempo van de zondagochtend. De snelheid van de dinsdagmiddag past me niet. Het maakt dat ik mezelf kwijtraak. Alleen nog lijk te bestaan uit verplichtingen en razende gedachten. De stopknop kan ik niet meer vinden. De zondagochtend geeft een fijn gevoel. Ik ben rustig, tevreden, heb zin in de dag. De dinsdagmiddag maakt me bang en slokt me op. Ik verstop me en durf pas weer tevoorschijn te komen als het zondagochtend is.